Solidum

ZIKO |

Pedagogische visie

Verticale werking

P82800071.JPG

De keuze voor een verticale werking is ingegeven vanuit twee principes:
• het respect voor het ontwikkelingstempo van alle kinderen (inclusief kinderen met specifieke zorgbehoefte).
• het belang van continuïteit voor kinderen.
• hechting tussen begeleid(st)ers en kinderen

Om deze principes te realiseren wordt er veel aandacht geschonken aan het klimaat binnen de leefgroepen. Zo wordt er via de verticale werking gestreefd naar voldoende stabiliteit en continuïteit voor de kinderen: kinderen moeten niet meer driemaal wennen aan een nieuwe omgeving, aan nieuwe vriendjes, en vooral aan nieuwe begeleid(st)ers, broertjes en zusjes kunnen bovendien ook in hetzelfde groepje samen blijven.
Bij de inrichting van de diverse lokalen hecht het kinderdagverblijf belang aan de huiselijke sfeer d.m.v. hoge tafels, slaapkamertjes los van de speelruimte, buitenspeelplaats voldoende bereikbaar, keuken,…
Het kinderdagverblijf streeft m.a.w. naar een veilig klimaat voor de kinderen (zowel psychisch als fysisch), een klimaat waarbinnen de kinderen op eigen tempo verder kunnen ontwikkelen en groeien: kinderen leren spontaan en volgens eigen ritme een variatie aan vaardigheden en attitudes van andere kinderen; ….

Met andere woorden, opdat een kind zich goed en volgens eigen tempo kan ontwikkelen, is het fundamenteel dat een kind zich geborgen en veilig (zowel psychisch als fysisch) voelt.
Dit laat ieder kind bovendien toe een positieve kijk op zichzelf te ontwikkelen en met een gezonde dosis zelfzekerheid en zelfvertrouwen de wereld tegemoet te gaan.
Een verticale werking levert hier een belangrijke bijdrage aan.

Elk kind heeft een eigen temperament en een eigen karakter. Maar elk kind heeft ook structuur en regels nodig. Door een regelmaat in de dagindeling na te streven en duidelijke regels te maken krijgen de kinderen meer veiligheid en zekerheid. Er is regelmatig (+/- 6x per jaar) overleg tussen de begeleid(st)ers en de groepsverantwoordelijken zodat zij gezamenlijk hun leefregels en afspraken kunnen opstellen, waar ieder lid van het team achter staat.

Kinderen hebben naast geborgenheid en sturing ook een stimulerende omgeving nodig. In de leefgroepen is speelgoed voorzien voor kinderen van verschillende leeftijden en ontwikkelingsfases. Er is een rondgaande speel-o-theek met tafelactiviteiten gericht naar kinderen tussen 1,5 en 3 jaar zodat er voldoende afwisseling en stimulatie is. Ook worden er liedjes, versjes en activiteiten uitgewisseld tussen de teams om andere ideeën op te doen en nieuwe dingen uit te proberen. De kinderen worden niet verplicht mee te doen met; spelletjes, activiteiten, dansen, zingen,...maar worden hiertoe wel gestimuleerd.

Als een kind zich veilig en geborgen voelt gaat hij/zij meer en meer zelfstandig en zelfverzekerd functioneren. De begeleid(st)ers spelen hierop in door de kinderen aan te moedigen om zelfstandig te leren eten, zelf naar het toilet te gaan, zelf neus af te vegen,… . De kinderen worden hierin ook meer gestimuleerd doordat ze opgevangen worden samen met oudere en jongere kinderen. Ze leren van de kinderen die verder staan in hun ontwikkeling en leren tegelijkertijd ook zorg dragen voor diegene die nog niet in deze ontwikkelingsfase zijn.

Het kinderdagverblijf streeft ook naar veel bewegingsvrijheid voor de kinderen. De leefgroepen zijn in hoekjes opgedeeld zodat kinderen zich ofwel kunnen terugtrekken in een rustig hoekje ofwel een actief spel te spelen. De buitenruimtes worden bij goed weer ten volle benut. Hier mogen de kinderen lopen, fietsen, klimmen, met de ballen spelen,… en zich ten volle uitleven. Bij slecht weer kunnen de grootste kinderen zich uitleven in de polyvalente ruimte. Deze is voorzien van fietsen, ballenbad, trapjes en springkussens van zacht materiaal, springpaardjes, ballen, kegels, muziek…enz.

Een kinderdagverblijf is de plek om sociale vaardigheden te ontwikkelen die een kind later in de samenleving gebruiken kan. De begeleid(st)ers begeleiden de kinderen hierbij rekening houdend met hun leeftijd en ontwikkeling. Hierin beseffende dat jonge kinderen nog erg geconcentreerd zijn op hun eigen wereld en moeten leren dat andere kinderen ook noden en behoeften hebben. Een belangrijke sociale vaardigheid is conflicten oplossen. Dit wordt door de begeleiding gestimuleerd door aan de kinderen een korte uitleg te geven over de conflictsituatie en bijkomend bij de oudere kinderen een gesprek op te starten zodat zij zelf leren conflicten op te lossen.

Bij kinderen met speciale zorgbehoeften wordt door de groepsverantwoordelijke  een handelingsplan opgesteld op maat van de zorgbehoeften van het kind. Dit plan wordt, eventueel in overleg met externe zorgdragers, aangepast aan de persoonlijke ontwikkelingsfase van het kind. De begeleid(st)ers krijgen hiervoor ondersteuning van de groepsverantwoordelijke en externe vorming in het kader van de problematiek van het kind.


ZIKO=zelfevaluatie instrument voor welbevinden en betrokkenheid van kinderen in de opvang

ZiKo is het Zelfevaluatie-instrument voor welbevinden en betrokkenheid van kinderen in de opvang. ZiKo bekijkt de kwaliteit van de opvang vanuit het standpunt van de kinderen.

Er wordt nagegaan in welke mate kinderen:
- zich thuis voelen (hun welbevinden);
- geboeid bezig zijn (hun betrokkenheid).

Welbevinden en betrokkenheid zijn twee belangrijke voorwaarden voor een kind om goed te kunnen opgroeien en om al zijn mogelijkheden te kunnen ontplooien.
ZiKo kan gebruikt worden, zowel voor baby's, kruipers als voor peuters. Met ZiKo krijg je een beter zicht op stimulansen en hindernissen voor welbevinden en betrokkenheid van kinderen. Het geeft je stof tot nadenken over wat je kan verbeteren in de opvang.

Het traject van ZiKo wordt 2x per jaar doorlopen.
De begeleid(st)ers vormen m.b.v. ZiKo werkpunten en actieplannen i.v.m.
- aanbod (een rijke omgeving: infrastructuur, materiaal en activiteiten)
- ruimte voor initiatief: keuzevrijheid, regels en afspraken, participatie
- begeleidingsstijl: stimulerend tussenkomen, gevoeligheid voor beleving, autonomie verlenen
- groepsklimaat: sfeer en relaties, initiatieven
- organisatie: dagverloop, taakverdeling begeleiding, groeperingvormen


| naar boven |